Onderwijs en Commons

Gent, Commonsstad van de Toekomst In het kader van de opdracht, ‘Gent, Commonsstad van de Toekomst’, die inhoudt dat Michel Bauwens en Yurek Onzia een diepe bevraging doen van Gentse commoners over hun verwachtingen naar de stad toe, worden ook bijna wekelijks workshops georganiseerd. Een van die workshops ging over het onderwijs als een commons…. Continue reading

Gent, Commonsstad van de Toekomst

In het kader van de opdracht, ‘Gent, Commonsstad van de Toekomst’, die inhoudt dat Michel Bauwens en Yurek Onzia een diepe bevraging doen van Gentse commoners over hun verwachtingen naar de stad toe, worden ook bijna wekelijks workshops georganiseerd. Een van die workshops ging over het onderwijs als een commons. Geert Sturtewagen, een van de deelnemers stuurde de volgende reactie door na afloop van de ontmoeting.

Geert Sturtewagen is cocreant bij Schakel, centrum voor co-creatie. Hij begeleidt en initieert cocreatieprojecten vanuit plekken en met focus op diverse terreinen zoals zorg, voedsel, landbouw. Het mogelijke mogelijk maken is zijn devies waarbij hij liever disruptief en vernieuwend dan additief en behoudend werkt. De voorbije jaren heeft hij vooral aandacht besteed aan de ontwikkeling van het schakelmodel voor co-creatie.

Onderwijs en commons

n.a.v. de commonstalk over ‘(Ont-)Leren & Onderwijs als Commons’ van vrijdag 28 april 2017 in Timelab.
“ ‘Onderwijs is een veel technischere aangelegenheid dan voedselproductie’. Dat vond ik de uitspraak van de dag. Als landbouwingenieur met zes jaar opleiding in plantenteelt en 25 jaar praktijkervaring in de voeding en meer dan 40 jaar als amateurtuinier vond ik dat een uitdagende bewering. Vooral omdat ik dezelfde houding ook zie in de zorgsector. Je kan de zorg toch niet aan vrijwilligers overlaten, dat moet geleid worden door professionals. Dat discours doorkruist op dit moment zonder enige tegenspraak de focus op vermaatschappelijking van de zorg. Is het dan vreemd dat professionals vermaatschappelijking zien als een besparingsronde? Wat erger is, is dat het ook het discours rond commons doorkruist. Ik denk na vrijdag dat hoe meer we het onderwerp als technisch framen, ervaren, bekijken, hoe minder er sprake is van commons. (Omgekeerd evenredig m.a.w.). De essentie van de commons is net de gelijkwaardigheid.
Wat moet je namelijk als ouder denken over de opvoeding van je kinderen? Nadat ze 8 uur op school door de expert werden opgevoed, worden ze de rest van de dag (en in de te lange vakanties) overgeleverd aan die niet-technisch opgeleide ouders. Kunnen we dat risico eigenlijk wel blijven nemen en moeten er niet dringend opleidingen, diploma’s en assessments komen voor jonge, aankomende ouders???
Ik trek het even op flessen en uiteraard is expertise en competentie niet ineens overbodig. Maar zetten we onszelf niet in de zak als we onderwijs zien als iets technisch, dat aan technici moet overgelaten worden? Hoe gaan we dan als communities experimenteren?
Vanuit de zorg als commons geven wij het signaal: iedereen zorgt. En wij zien een rol voor opgeleiden om dit proces te begeleiden en te helpen in goede banen te leiden. Maar het is ook een proces van vertrouwen geven en loslaten…in de overgeïnstrumentaliseerde en -gemedicaliseerde zorg is dit geen evidentie. Het is het ook niet in de wereld van het onderwijs en ook niet in de landbouw. Maar wat als we eens zouden vertrekken van het uitgangspunt ‘Iedereen opvoeder’ of ‘Iedereen onderwijzer’?
Ik miste dit discours vrijdag, waar het toch over onderwijs als commons ging. Nu ging het over de regulitis van de overheid. Waardoor we door daar steeds weer op te focussen eigenlijk alleen maar bevestigen dat er geen alternatief is. En dat is er wel: iedereen onderwijst, iedereen voedt op, dat is de basis van de commons. En hoe gaan we daarmee aan de slag? Ik denk dat in no time de 16.000 lesgevers die er tegen 2020 nodig zijn gevonden zullen zijn.
Nog een bemerking. Ik ken door beroepservaring de landbouw- en voedingssector vrij goed. Ik ben ondertussen ook enkele jaren actief in de zorgsector. Ik hoorde gisteren en ook op ander plaatsen wat meer over onderwijs. Ik zie een aantal parallellen. Alle sectoren hebben het moeilijk hun consument te betrekken*. Het discours blijft daardoor in handen van professionals en experten (op hun terrein). Aan het betrekken van ieders expertise wordt vaak eerder lippendienst bewezen. De stap naar de cliënt, de burger, de consument (en dat zijn we allemaal) centraal stellen is nog veraf. We kunnen het volgens mij niet over commons hebben als we dit euvel – dat niet door de overheid, maar door de neringdoeners in iedere sector in stand wordt gehouden – doorbreken. Daar ligt ook de sleutel. Er is geen grotere macht dan die van de gewoonte. Het is vooral die macht die moet doorbroken worden. Om het in het Engels te zeggen ‘To arrive at the commons, we have to disrupt what is common’…

Tot slot

Ik heb alvast een verschil gevonden tussen de drie sectoren (gebieden, domeinen, zo je wil) die ik daarnet noemde. Ik hoor ook in de zorgsector, net zoals in de wereld van het onderwijs, vaak het woord ‘mandaat’ vallen.
‘We hebben geen mandaat!’ En wie moet dat dan geven vraag ik dan altijd? Ik kan je zeggen: in de 25 jaar die ik in de landbouwsector heb gewerkt heb ik dat woord nooit gehoord. Een boer vraagt geen mandaat. Hij heeft het…”

De Meent | De Nederlandse commons assembly

foto: John Carnemolla Op donderdag 13 april 2017 was de tweede bijeenkomst over “de Meent” in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De ondertitel van de bijeenkomst was: “Gezamenlijk ontwerpen en bouwen van het Nederlandse platform voor commoners”. Vanuit de P2P Foundation sloot ik ook aan om te kijken wat voor energie er is voor dit… Continue reading

foto: John Carnemolla

Op donderdag 13 april 2017 was de tweede bijeenkomst over “de Meent” in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De ondertitel van de bijeenkomst was: “Gezamenlijk ontwerpen en bouwen van het Nederlandse platform voor commoners”. Vanuit de P2P Foundation sloot ik ook aan om te kijken wat voor energie er is voor dit belangrijke initiatief. Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten van deze bijeenkomst en toog vol goede moed langs de rellende voetbalsupporters richting het Pakhuis. Ik wil met dit blog vooral aangeven wat ik denk dat er zou kunnen gebeuren omdat de bijeenkomst zelf vooral erg onderzoekend was. Wellicht kunnen mijn inzichten helpen om het denkproces over De Meent verder te brengen.

Wat is een commoner?

Voordat we kunnen nadenken over een platform voor commoners is het belangrijk om te bepalen wat we verstaan onder commoners en de commons. Ik voelde tijdens de bijeenkomst wat terughoudenheid om een soort definitie te bepalen omdat mensen de neiging hebben een ieder zelf te laten bepalen wat ze onder commons en commoners verstaan. Dat is een bewonderenswaardig streven, maar als we aan een platform voor commoners gaan werken is het wel belangrijk om het onderwerp te definiëren. Ik wil graag verwijzen naar een omschrijving gebaseerd op het gedachtegoed van Michel Bauwens en omschreven door Rogier de Langhe:

“…commons zijn geen goederen, het is een beheersvorm. Het gaat niet om gemeenschappelijke goederen maar om het gemeenschappelijk beheer ervan. Meer commons betekent dus niet meer staat in plaats van meer markt, maar iets anders, tussen markt en staat in; een “derde weg” tussen privatiseren en nationaliseren. Het speciale aan een commons is dat die niet van buitenaf wordt beheerd, maar door haar gebruikers zelf. Een commons is dus niet zomaar een gemeenschappelijke encyclopedie, een windmolen of een boerderij, maar eentje waarvan de gebruikers samen bepalen hoe die tot stand komt, hoe die eruit ziet en waar die voor dient.

Een commons wordt gecreëerd zodra je samen met enkele anderen een stukje van de wereld afbakent en daarvoor zelf nieuwe spelregels afspreekt. Dat stukje kan bijvoorbeeld een boerderij zijn, of een natuurgebied of een visvijver. Maar evengoed dus een digitale encyclopedie zoals Wikipedia. De spelregels leggen de rechten en de plichten van de gebruikers van de commons vast. Rechten zoals wie toegang krijgt, wie wanneer en hoeveel mag oogsten en wie welke rollen mag opnemen; plichten zoals het doen van herstellingen en het sanctioneren van inbreuken tegen de spelregels. Een commons is dus als het ware een soort eilandje van afspraken die je samen maakt en waar je elkaar aan houdt.”

Commonificeren in plaats van commodificeren

Een commoner zou in lijn met deze omschrijving iemand zijn die goederen uit de publieke of private beheerssfeer haalt om het door de gebruikers zelf te laten beheren. Commonificeren als een tegenhanger van commodificeren. Een voorbeeld van commonificeren is een pilot in Den Haag waar de keuzes voor het ontwerp en het beheer van straten bij de bewoners wordt neergelegd. Mensen die afstand doen van hun parkeervergunning om gebruik te maken van deelauto’s commonificeren een parkeerplek die door de bewoners van de straat opnieuw kan worden ontworpen. Dit kunnen de bewoners natuurlijk niet alleen, het stadsbestuur speelt hier natuurlijk een belangrijke rol in.

De partnerstaat

“De overheid moet het mogelijk maken voor burgers om samen te werken en waarde te creëren. De partnerstaat noem ik dat.”  (Michel Bauwens)

Om commonificatie mogelijk te maken moeten burgers en overheid met elkaar samenwerken. Dit is waarom de rol van de staat opnieuw moet worden uitgevonden. Michel Bauwens noemt een staat die commonificatie mogelijk maakt een “partnerstaat”. Deze nieuwe rol vraagt van de overheid om een erkenning van de waarde die commoners kunnen creëren en om vertrouwen in deze commoners dat ze de taken die bij het beheren van commons horen goed zullen uitvoeren. Als we terugkijken zien we dat wat in de politiek “bottom-up” is gaan heten veel raakvlakken heeft met commonificeren. Een wezenlijk verschil met de rol van een echte partnerstaat is dat er wel degelijk een actieve rol van de overheid wordt gevraagd. Bij het faciliteren van bottom-up initiatieven trekt de staat zich vaak te veel terug.

Een platform

Dus wat zou een platform voor commoners moeten doen om commonificeren mogelijk te maken?

  1. De belangrijkste rol van De Meent zou het leggen van de verbinding tussen commoners en de partnerstaat kunnen zijn. Samenwerking is essentieel voor het opbouwen van een nieuw soort samenleving waar burgers en staat de handen ineenslaan en werken aan de kwaliteit van leven voor de bewoners van deze aarde in plaats van de eindeloze zoektocht naar winsten, rente en economische groei.
  2. Daarnaast hebben overheden en potentiële commoners handvatten nodig om deze samenwerking vorm te geven. Succesvolle projecten kunnen leerzaam zijn voor beide partijen. Denk hierbij aan LabGov in Bologna. Het platform zou dus voorbeelden kunnen aandragen van succesvolle regelgeving en succesvolle samenwerkingen tussen commoners en partnerstaat.
  3. Het faciliteren van de dialoog tussen de verschillende commoners en representanten van de partnerstaat zou een derde pijler van het platform kunnen zijn. Leden kunnen op deze manier samen ideeën ontwikkelen en verder brengen. Dit zou kunnen worden vormgegeven als een forum.

Bijeenkomsten

De community die op deze manier online wordt gecreëerd heeft wellicht behoefte om ook offline met elkaar in contact te komen. Een start voor deze community is er eigenlijk al als ik de opkomst zag bij het Pakhuis.

Conclusie

Het is fantastisch dat dit proces is ingezet. Alle mensen die aanwezig waren zitten boordevol energie om te werken aan nieuwe vormen van samenleven in een op commons gebaseerde samenleving. Deze energie kunnen we met een platform goed samenbrengen om mooie initiatieven te laten opbloeien. Mijn gevoel is wel dat een goede definitie van commoners en commons en een afgebakende mission statement kan helpen om iedereen bij elkaar te houden en een gezamenlijke richting aan te geven.

https://dezwijger.nl/programma/de-meent-werk-in-uitvoering

Waerbeke | Over de ‘commons’ van stilte, rust en ruimte

Waerbeke koestert en bevordert de beleving van stilte, rust en ruimte in Vlaanderen en Brussel. In al haar initiatieven tracht Waerbeke de verbindende en verdiepende waarde van stilte onder de aandacht te brengen. De organisatie informeert en sensibiliseert, biedt vorming en onder­steuning aan en voert actie naar ver­schillende doelgroepen. “Stilte is inderdaad geen koopwaar. Evenmin… Continue reading

Waerbeke koestert en bevordert de beleving van stilte, rust en ruimte in Vlaanderen en Brussel. In al haar initiatieven tracht Waerbeke de verbindende en verdiepende waarde van stilte onder de aandacht te brengen. De organisatie informeert en sensibiliseert, biedt vorming en onder­steuning aan en voert actie naar ver­schillende doelgroepen.

“Stilte is inderdaad geen koopwaar. Evenmin is het enkel een middel ter bevordering van innerlijke rust en ruimte. Stilte is ook een ‘commons’, of een waardevol goed waarvoor we als gemeenschap verantwoordelijkheid dragen om deze onverminderd door te geven aan de toekomstige generaties. Waerbeke maakt ons hiervan bewust. Als sociaal-culturele beweging sensibiliseert ze de publieke opinie en de overheid met conferenties, tentoonstellingen en educatieve activiteiten, om stilte als publiek goed terug te winnen en uit te breiden, niet enkel voor een geprivilegieerde groep, maar voor allen. Op die manier situeert Waerbeke zich in de traditie van de commons. De beweging brengt mensen samen, het creëert een verhaal over ‘stilte, rust en ruimte’, het definieert stilte als een gemeenschappelijke én een individuele verantwoordelijkheid.”

volledige tekst op Waerbeke.be

De kiezer wil geen geld, maar macht

Vorig week publiceerden we reeds een tekst van Rogier de Langhe. Voor het blog New Commons, Droom niet van een andere wereld maar maak’m zelf! heeft Rogier meerder blogs geschreven die relevant zijn voor P2P praktijken. Wij zullen een aantal van zijn teksten op ons blog onder de aandacht brengen. Vandaag “De kiezer wil geen… Continue reading

Vorig week publiceerden we reeds een tekst van Rogier de Langhe. Voor het blog New Commons, Droom niet van een andere wereld maar maak’m zelf! heeft Rogier meerder blogs geschreven die relevant zijn voor P2P praktijken. Wij zullen een aantal van zijn teksten op ons blog onder de aandacht brengen. Vandaag “De kiezer wil geen geld, maar macht”.

Rogier De Langhe is economiefilosoof aan de Universiteit Gent en verbonden aan het experimenteel stadslabo Timelab. Hij publiceert regelmatig in De Tijd, De Morgen en Knack over maatschappelijke veranderingsprocessen en deeleconomie.

De kiezer wil geen geld, maar macht

Wat mij het meest opviel aan de overwinning van Donald Trump is de manifeste onmacht van het politieke establishment om het fenomeen te duiden. Een typische analyse luidt dat Trump werd verkozen als gevolg van de door de globalisering toegenomen ongelijkheid. Maar waarom kiezen die slachtoffers van de ongelijkheid dan iemand die de American Dream predikt en de belastingen voor de rijken wil verlagen, in plaats van een politica met concrete voorstellen om die ongelijkheid te verminderen?

Allerlei zaken wijzen erop dat de stelling dat Trump werd verkozen door de slachtoffers van ongelijkheid, niet alles verklaart. Trump won de teloorgegane oude industriegebieden van de Rust Belt, maar ook Beverly Hills. De typische Trump-kiezer is eerder een succesvolle loodgieter dan een arme drommel. Dat is niet nieuw. Ook in Europa blijkt steevast dat populisten aanhang vinden in alle lagen van de bevolking. De analyse vanuit ongelijkheid zegt misschien meer over de politici die ze maken, dan over de verkiezingen zelf. En laat ze net zien waarom die politici de pedalen kwijt zijn.

Traditionele politiek wordt gevoerd op een links-rechtsas. De oplossing voor eender welk probleem is uiteindelijk ofwel de groei meer herverdelen (links) ofwel de groei meer herinvesteren (rechts). Maar wat als er geen groei meer is? Dan verandert de discussie en duikt een fundamentelere vraag op: welk systeem willen we eigenlijk? Zullen we het bestaande herstellen in zijn oude glorie, of bouwen we beter een nieuw?

Wie het systeemfalen thematiseert en inzet op autonomie, die wint.

Het dilemma tussen herstellen en vernieuwen is een fundamenteel ander soort debat dan het debat tussen links en rechts. Het is geen debat binnen een systeem, maar tussen systemen. Die discussie aangaan vereist iets wat voor establishmentfiguren heel moeilijk ligt: erkennen dat het bestaande systeem niet meer werkt. Het is geen normale, maar revolutionaire politiek. En daar gelden andere spelregels. Kiezers willen geen groter stuk van de taart, maar dat de taart de hunne is. De vraag is niet welke richting het stuur uit moet draaien, maar wiens auto we zullen nemen. Politiek in tijden van revolutie gaat niet over geld, maar over macht.

En dat heeft het politieke establishment duidelijk nog niet begrepen. Zowel de Clinton campagne als de Remain-campagne tijdens de Brexit waren heel klassieke campagnes die inzetten op het beproefde recept van economische sterkte. Remain met “Stronger In”, Clinton met “Stronger Together”. It’s the economy, right? Zo konden ze uitleggen hoe de kiezer persoonlijk voordeel zou halen uit zijn stem, meer dan 4.000 pond per jaar volgens de Remainers. Hun tegenstanders legden niet de nadruk op kortetermijnwinst, maar op het herwinnen van controle over het systeem. De slogans van de Brexiteers luidden “Take Back Control” en “We Want our Country Back”. Trump beloofde met “Make America Great Again” om het land terug aan de Amerikanen te geven.

Het patroon is duidelijk. Wie het systeemfalen thematiseert en inzet op autonomie, die wint. Kijk naar Trump, kijk naar het onverwachte succes van Sanders. Ook bij ons. De twee systeemkritische partijen Groen en N-VA wonnen de laaste tien jaar zowat alle verkiezingen. Wie het systeem niet in vraag stelt (of zoals Clinton zelfs belichaamt) en zwaait met geld, die verliest. Vakbonden die strijden voor loonsverhogingen verliezen hun aantrekkingskracht ten voordele van burgerbewegingen die zelf vangnetten organiseren. Burgers bouwen hun eigen windmolens ook al is de stroom elders goedkoper. Die successen signaleren het einde van een fase van politieke normaliteit. Dit zijn de jaren ’90 niet. It’s the autonomy, stupid!

Zoals altijd wanneer iets stuk gaat, moet worden gekozen tussen het herstellen van het oude en het maken van iets nieuws. Politiek in tijden van revolutie gaat dan ook niet over welke richting ons systeem uit moet, maar of we het moeten renoveren of vernieuwen. De demografische data over het stemgedrag suggereert dat kiezers verdeeld waren langs deze andere, meer fundamentele breuklijn. Terwijl economische ongelijkheid het stemgedrag nauwelijks nog verklaart, vallen heel wat bizarre puzzelstukjes van het Atlantisch populisme lang deze breuklijn wel in elkaar. Zo verkiezen Trump-kiezers over het algemeen een waarde als respect voor autoriteit boven gerichtheid op de ander. Ook ten tijde van de Brexit waren waardeverschillen over multiculturalisme, vrouwenrechten, duurzaamheid, globalisering en immigratie erg belangrijk. Leg al die waarden naast elkaar en er verschijnt een botsing van wereldbeelden. Het ene wereldbeeld vindt dat het oude systeem moet worden hersteld. Het andere gelooft dat een nieuw kan worden opgebouwd.

Klassieke politici vechten op het verkeerde slagveld en zijn nu verwonderd dat ze de oorlog verliezen

Die nieuwe breuklijn kan verklaren waarom de ook al ten tijde van de Brexit zo opvallende generatiekloof plots opduikt. Jongeren hebben weinig te verliezen bij het opdoeken van het bestaande systeem en nog genoeg tijd om zich aan te passen aan een nieuw. Zij vinden een ander systeem over het algemeen aantrekkelijker, terwijl dat bij ouderen net omgekeerd is. Het verklaart waarom millennials eerder iemand als Bernie Sanders steunden en babyboomers iemand als Trump. Wie sociaal weinig mobiel is, gevestigde belangen heeft of een voorkeur voor orde en stabiliteit, die kiest voor renovatie. Wie wendbaarder is, kiest voor nieuwbouw. Zo kan ook het verschil in stemgedrag tussen hoog- en laaggeschoolden worden verklaard. Hoe sterk hun antwoorden ook verschillen, ze zijn het er wel over eens dat het status quo niet meer werkt. Wie dat niet erkent, wordt gepercipieerd als ongeloofwaardig  of zelfs irrelevant. Veel jonge kiezers bleven dan ook liever thuis dan op Clinton of Remain te gaan stemmen.

Wanneer het debat verschuift, komen onvermijdelijk allerlei slapende voorkeuren en gedragingen plots weer bovendrijven. Klassieke politici doen ze liever af als “spoken uit het verleden”  dan als een falen van het systeem, dat ook altijd een beetje hun falen is. Zo kan eender wie het systeem in vraag stelt, worden weggezet als populist of erger. Politici houden elkaar zo gevangen in het verkeerde debat, waardoor ze nieuwe uitdagingen niet kunnen thematiseren, het contact met hun electoraat verliezen en het gat laten vallen met eender wie daar wel in slaagt.

De overwinning van Trump wordt volgens mij niet rechtstreeks verklaard door de globalisering, maar eerder door de halsstarrige weigering van het politieke establishment om de problemen met die globalisering te erkennen als een systeemfalen. Natuurlijk speelt de globalisering een belangrijke rol. Alleen is het maar de vraag of we de problemen met die globalisering moeten begrijpen als een probleem binnen het systeem, zoals veel klassieke politici nog lijken te geloven, of als het falen van dat systeem zelf. Ze blijven volhouden dat het wel weer goedkomt met nog wat meer vermogens te herverdelen of belastingen te verlagen. Het klink even wereldvreemd als de reactie van Marie Antoinette bij het uitbreken van de Franse Revolutie: “Als ze geen brood hebben, dan eten ze toch cake!”

Klassieke politici vechten op het verkeerde slagveld en zijn nu verwonderd dat ze de oorlog verliezen. Door politiek op de oude links-rechtsas te blijven bedrijven, ontlopen ze hun verantwoordelijkheid. Burgers nemen het recht dan maar zelf in handen. Wie de opmars van Le Pen, Wilders en zoveel anderen wil stuiten, zal moeten beginnen met de juiste vraag te stellen.

[Dit essay verscheen oorspronkelijk in De Morgen op 19 november 2016]

De Netwerkeconomie | Interview met Michel Bauwens

In deze aflevering van de Netwerkeconomie had Gene Vangampelaere een Skype gesprek met Michel Bauwens over zijn onderzoek naar peer-to-peer-netwerken en -praktijken. “De overheid moet het mogelijk maken voor burgers om samen te werken en waarde te creëren. De partnerstaat noem ik dat.”

In deze aflevering van de Netwerkeconomie had Gene Vangampelaere een Skype gesprek met Michel Bauwens over zijn onderzoek naar peer-to-peer-netwerken en -praktijken.

“De overheid moet het mogelijk maken voor burgers om samen te werken en waarde te creëren. De partnerstaat noem ik dat.”

Commons als “derde weg”, voorbij markt en staat? | Rogier De Langhe

Het commonssysteem is terug. Gent vliegt zelfs expert Michel Bauwens in om een commons-strategie voor de stad uit te stip­pe­­len. Maar wat is dat eigen­lijk, ‘commons’? En hebben wij er wat bij te winnen? Ja, legt Rogier De Langhe uit. Via dat eeuwenoude model van gemeen­schap­pe­lijk goederen beheren kunnen we onze autonomie terug­winnen, weg van… Continue reading

Het commonssysteem is terug. Gent vliegt zelfs expert Michel Bauwens in om een commons-strategie voor de stad uit te stip­pe­­len. Maar wat is dat eigen­lijk, ‘commons’? En hebben wij er wat bij te winnen? Ja, legt Rogier De Langhe uit. Via dat eeuwenoude model van gemeen­schap­pe­lijk goederen beheren kunnen we onze autonomie terug­winnen, weg van markt en staat.

Originele artikel in De Morgen

Commons zoals bossen, irrigatiekanalen en meren waren tot voor de industriële revolutie heel gewoon, maar verdwenen grotendeels met de industrialisatie. Die trend lijkt sinds kort te keren, met het opduiken van veelal digitale commons in de wereld van software (Linux), kennis (Wikipedia) en design (Wikispeed). De vraag is nu of die revival ook kan worden doorgetrokken naar de echte wereld, om zo een transitie te maken naar een post-industriële wereld voorbij markt en staat. Peer-to-peerexpert Michel Bauwens denkt alvast van wel. Hij is vanaf deze maand te gast bij Stad Gent om uit te zoeken welke rol de stad kan spelen in die commonstransitie.

expert Michel Bauwens onderzoekt gent als commonsstad van de toekomst
Maar wat is nu eigenlijk zo’n commons? Voor velen is het vooralsnog niets meer dan een hip woord voor gemeenschappelijke goederen. Maar commons zijn geen goederen, het is een beheersvorm. Het gaat niet om gemeenschappelijke goederen maar om het gemeenschappelijk beheer ervan. Meer commons betekent dus niet meer staat in plaats van meer markt, maar iets anders, tussen markt en staat in; een “derde weg” tussen privatiseren en nationaliseren. Het speciale aan een commons is dat die niet van buitenaf wordt beheerd, maar door haar gebruikers zelf. Een commons is dus niet zomaar een gemeenschappelijke encyclopedie, een windmolen of een boerderij, maar eentje waarvan de gebruikers samen bepalen hoe die tot stand komt, hoe die eruit ziet en waar die voor dient.
Een commons ontstaat zodra je collectief een stukje wereld afbakent en daarvoor zelf nieuwe spelregels afspreekt
Een commons wordt gecreëerd zodra je samen met enkele anderen een stukje van de wereld afbakent en daarvoor zelf nieuwe spelregels afspreekt. Dat stukje kan bijvoorbeeld een boerderij zijn, of een natuurgebied of een visvijver. Maar evengoed dus een digitale encyclopedie zoals Wikipedia. De spelregels leggen de rechten en de plichten van de gebruikers van de commons vast. Rechten zoals wie toegang krijgt, wie wanneer en hoeveel mag oogsten en wie welke rollen mag opnemen; plichten zoals het doen van herstellingen en het sanctioneren van inbreuken tegen de spelregels. Een commons is dus als het ware een soort eilandje van afspraken die je samen maakt en waar je elkaar aan houdt.

Bijvoorbeeld op een CSA-boerderij (community-supported agriculture) verkoopt de boer niet aan een anonieme wereldmarkt, maar aan een vaste groep leden met wie in onderling overleg wordt afgesproken hoeveel de boer moet produceren, hoe de boer moet werken en aan welke prijs. Het illustreert hoe enkele afspraken onder gebruikers al voldoende kunnen zijn om een boerderij los te snijden van de wereldmarkt, en hup… plots is duurzame landbouw wel mogelijk én economisch leefbaar.

Om ervoor te zorgen dat dit kan blijven duren, moet de commons zichzelf in stand houden. Dat is niet altijd even eenvoudig.

Ten eerste moeten de regels zo ontworpen zijn dat iedereen baat blijft hebben bij het onderhouden van de common. Het geheel is meer dan de som van de delen, maar als sommigen zo weinig krijgen dat ze er apart meer uit zouden kunnen halen, loopt de commons het risico om uit elkaar te vallen. De rechten en de plichten moeten dus evenwichtig verdeeld worden.
Ten tweede moeten de gebruikers er zelf ook op toezien dat de regels worden nageleefd, want het heeft geen zin spelregels af te spreken als toch niemand ze volgt.
Ten derde moeten de regels ook aangepast kunnen worden naargelang de situatie wijzigt. Hoe goed een regel ook is, als die niet gewijzigd kan worden dan loopt het vroeg of laat fout.

Op zich niets nieuws? Dat is het ook niet. Commonsrecht gaat terug tot de Egyptische Oudheid en het Romeinse Rijk. Wat er de laatste jaren echter veranderd is, is niet de commons zelf maar het gemak waarmee ze kunnen worden opgezet. Dankzij de digitalisering is het veel makkelijker geworden om een grote groep mensen te verenigen, onderling afspraken te maken, die afspraken te communiceren en het naleven ervan te monitoren. Dat ging tot voor kort gepaard met hoge transactiekosten. Om die te dragen moest een bedrijf, een natiestaat of een partij worden opgericht. Die transactiekosten zijn de bestaansreden van verticale organisaties. Met het verlagen van die transactiekosten, verdampt dus in feite ook hun bestaansreden. Het onevenwicht waarop hun macht is gebaseerd (niet iedereen kan de transactiekosten van organisatie dragen) verkleint.

De democratisering van het vermogen tot organisatie zorgt ervoor dat mensen steeds vaker als gelijken of “peers” met elkaar omgaan, in peer-to-peernetwerken. Door de digitalisering worden die netwerken plots veel productiever. Het worden stilaan echte alternatieven, niet enkel online maar steeds vaker ook voor het vervullen van cruciale strategische functies in onze maatschappij zoals voedsel, mobiliteit, energie en veiligheid.

Wat de laatste jaren veranderd is, is niet de commons zelf, maar het gemak waarmee hij kan worden opgezet

Bijvoorbeeld op het mobiliteitsplatform Blablacar kunnen mensen elkaar laten weten welke ritten ze plannen en wie mee wil rijden. Het platform dat ondertussen meer dan 35 miljoen leden telt is vooral interessant voor langere ritten tussen grote steden, waardoor het in de praktijk een substituut is voor de trein. Blablacar er dus in feite in geslaagd een parallel spoornetwerk te bouwen met als grondstof niets anders dan een app die mensen toelaat om afspraken te maken met elkaar.
Op de groepsblog New Commons staan nog tal van andere voorbeelden van zulke “nieuwe commons” in Vlaanderen.

De overvloed van Blablacar is geen uitzondering. Goede afspraken veranderen schaarste in overvloed. Als je elk apart gaat vissen in een vijver, zal die vijver snel zijn leeggevist. Als je met elkaar afspreekt hoeveel elk mag vissen, is het een eindeloze bron van voedsel.

Het geldt voor vijvers, maar evengoed voor onze planeet. Onze moderne structuren hebben nooit de bedoeling gehad om overvloed en duurzaamheid te creëren. Ontstaan eind 18e eeuw in een onuitputtelijk lijkende wereld zonder scholen en ziekenhuizen, zijn ze gericht op infrastructuuropbouw om de nieuwe welvaart van de industriële vooruitgang zo snel mogelijk te ontsluiten. Daarom creëerden ze door middel van eigendomsrechten en competitie op markten geen overvloed maar net omgekeerd een artificiële schaarste, zodat iedereen elkaar onder druk zou zetten om de vijver zo snel mogelijk leeg te vissen.

Zo bekeken zijn de grote problemen van de industriële tijd zoals vervuiling, klimaatopwarming en grondstoffenschaarste eigenlijk de blinde vlekken van de Verlichting en de strategie van kortetermijninfrastructuuropbouw die typisch is voor het modernistische vooruitgangsdenken. Op het moment zelf is het wel “optimaal”, maar op de lange termijn is het niet “duurzaam”. Als derde weg voorbij markt en staat laten commons toe om die blinde vlekken op te vullen.

Onze moder­ne structuren hebben nooit de bedoeling gehad om overvloed en duur­­­zaam­­heid te creëren

De horizontale structuur – het feit dat de spelregels worden gemaakt, gevolgd en afgedwongen door de gebruikers zelf- heeft enkele belangrijke voordelen. Ten eerste geven commons ons weer controle over onze leefwereld in een tijd waarin de spelregels voor ons dagelijkse leven enkel nog lijken te worden bepaald op de G8, de financiële markten of in Europa. Het bevestigt ons opnieuw in onze menselijke waardigheid omdat we niet hoeven te leven in functie van de structuren, maar de structuren er zijn voor ons.

Ook al is de stroom uit je eigen windmolen misschien wat duurder, of moet je ’s nachts opstaan om te waken of ie’t houdt in de storm, het is tenminste jouw stroom waarvan jij hebt bepaald hoe die is opgewekt, waarvoor die wordt gebruikt en wat er gebeurt met de winst.

Een tweede voordeel is dat de gebruikers van de commons zelf het meeste informatie hebben over de specifieke lokale context en die context ook goedkoop kunnen opvolgen omdat ze er zelf in leven. Hierdoor bieden commons meer mogelijkheden om beslissingen te nemen op dat niveau dat daar het best geschikt voor is. We kennen onderhand immers allemaal de blinde vlekken van de financiële markten die geen rekening houden met negatieve externaliteiten zoals psychologische – en milieukosten en de logheid van overheden die politieke koehandel drijven.

Een derde voordeel van het samenvallen van gebruikers en regelgevers is dat de gebruikers intrinsiek gemotiveerd zijn. Voor de gebruikers is het doel van de spelregels niets anders dan het in stand houden van de commons zelf. Overheden en marktpartijen zijn niet intrinsiek maar extrinsiek gemotiveerd: het doel is niet datgene wat ze samen doen, maar iets erbuiten zoals stemmen of winst. Zoals een lange reeks van recente crisissen laat zien, leidt dit vaak tot misplaatste en kortzichtige regels.

Hoe pril ook, de herleving van de commons draagt de belofte in zich van een menselijkere economie. Een maatschappij op maat van de mens, in tegenstelling tot de ongrijpbare markten en de ivoren torens die onze leefwereld hebben veranderd in een op hol geslagen machine die niemand nog overziet of controleert, een verlies aan controle dat mensen economisch uitput (burnouts) en politiek opstandig maakt (populisme).

Het commonsmodel vormt een positief alternatief voor diegenen die die controle willen terugwinnen ten koste van de ander. Iedereen kan een commons opzetten en het beheer ervan was nooit zo makkelijk. Vandaag hoef je niet langer te dromen van een andere wereld, je maakt’m gewoon zelf.

Photo by willem!